10/25/2007

 

The Secret - deel 2: het hele jaar Sinterklaas

Het Gouden Kalf
Toevallig zag ik dat er een artikel over The Secret in Volzin stond (van Anton de Wit). De toon is erg negatief, een stuk negatiever dan wat ik zelf had geschreven (zie onderstaande post). Maar er staat wel een goed en belangrijk punt in: The Secret gaat helemaal niet over de ander, het gaat alleen maar over mijzelf. Wat ik wil dat zal krijgen. Daar zou Levinas ook meteen bezwaar tegen maken, als je de ander vergeet dan ben je totaal verkeerd bezig.

Hier is een citaat uit het Volzin artikel:

"Dat The Secret lariekoek van de bovenste plank is behoeft amper betoog. Het concept is een ratjetoe van pscyhologie van de koude grond, vlees-noch-vis spiritualiteit en quasi-wetenschappelijke nonsense, en maakt gebruik van dubieuze marketingtrucjes die vooral doen denken aan Tell Sell-reclames. Dat mensen zich geld uit de zakken laten kloppen door deze zwendel - ook in ons land schijnen tal van op The Secret geïnspireerde workshops tjokvol zitten - zou op zichzelf natuurlijk geen groot punt zijn. De mens wil nu eenmaal graag bedrogen worden, dus als mensen zich daar goed bij voelen, ach, láát die onnozele stakkers dan, baadt het niet dan schaadt het niet. Maar dat is nu juist het probleem: The Secret schaadt wél. Want weliswaar zijn onze gedachten niet zo almachtig als mevrouw Byrne en haar kliek willen doen geloven, en is het universum geen snoepwinkel die wij naar believen kunnen leeg graaien, maar toch schuilt er een waarheid in The Secret: hoe wij denken is van invloed op ons leven, op onze omgeving, onze naasten, etc. Dat lijkt me geen eeuwenoud "Geheim" maar een kwestie van eenvoudig boerenverstand. Dus natuurlijk zijn "goede gedachten" belangrijk, zoals het boek ook stelt. Maar als dat zo is, komt het erop aan hoe je "goed" en "kwaad" definieert. "Goed" dat betekent in The Secret op de eerste en enige plaats "goed voor mijzelf". Het is een functioneel goed, zelfzuchtige winst op korte termijn. Het wereldbeeld dat hier achter schuilt is een materialisme van de platste, meest egocentrische soort. Het Geheim wordt omschreven als een natuurwet, onpartijdig en onverschillig. Het maakt niet uit wát je vraagt. Voor moraal is dus geen enkele plaats, zorg voor anderen is van ondergeschikt belang, aan de consequenties van jouw geluk voor andere mensen of de leefomgeving worden geen woorden vuil gemaakt. Het Geheim is dus ten diepste nihilistisch: er bestaat in deze "geheime leer" geen moraal, geen liefde, geen hoger goed, geen genade, geen God."

En dan gaat de schrijver door over hoe The Secret het Christendom voor het karretje spant van deze "geestelijke valsmunterij".

"Het creatieve proces dat in The Secret wordt toegepast wordt volgens Byrne ontleend aan het Nieuwe Testament. Dat is een simpel drie stappenplan: vraag (of liever: geef een bevel), geloof, ontvang. Geef je verlanglijstje door aan de kosmische Sinterklaas, wees ervan overtuigd dat je ook alles krijgt en zie: het hele jaar is het 5 december."

Zo is het in de Bijbel nooit bedoeld. Er is geen sprake van de mens die God beveelt. En het ontvangen wat je vraagt, "zoekt en gij zult vinden", dat gaat over hulp vragen voor iemand anders, niet voor jezelf. Het gaat over brood vragen voor een vriend die net terug is van een lange reis en honger heeft. Dan wordt het een ander verhaal. Voor mij is de gerichtheid op positieve goede gedachten verbonden met mijn geloof. Ik zei eerder dat er niets bovennatuurlijks is aan terugkrijgen wat je uitzendt, maar misschien is er in mijn beleving wel een bovennatuurlijk aspect. Ik weet niet of God bestaat, en ik weet al helemaal niet of hij "stuurt" in ons dagelijks leven. Maar ik heb vaak het gevoel dat alles wat gebeurt zo heeft moeten zijn. Dat het niet toevallig is dat ik iemand tegen kom net als ik daar behoefte aan had, dat er dingen op mijn pad komen die gezonden lijken te zijn. Rationeel geloof ik dat eigenlijk niet. Dat God zich met van die pietluttige dingen bezig zou houden als zorgen dat mijn trein een beetje vertraging heeft zodat ik hem net haal en dan op tijd kom voor een sollicitatiegesprek. God heeft wel wat beters te doen dan dat soort kleine dingen voor de hele wereld tegelijk te regelen. En als hij dat wel doet dan wordt het tijd dat hij zich met grotere zaken gaat bemoeien: alle honger en oorlogen de wereld uithelpen, bijvoorbeeld. Maar het blijft voor mij zo voelen: als ik goed doe krijg ik het goede terug. Hoe meer ik de goedheid opzoek, hoe dichter ik ook de oneindige goedheid van God bij mij voel. Ik kan erop vertrouwen dat het goed komt. Wat er ook gebeurt, God loopt naast mij, hij blijft bij mij, hij leeft met mij mee en daarom kan ik altijd contact houden met het goede. Dus voor mij zijn de positieve gedachten juist wel verbonden met ethiek en met de ander. Door mijn ontmoeting met de ander word ik wakker geschud, word ik aangesproken op mijn verantwoordelijkheid, waardoor een beroep wordt gedaan op mijn goedheid. Via de ander kan ik een glimp zien van God, kan ik mijn egocentrisme loslaten.

En het gevoel dat God mij helpt, dat is op zichzelf ook een positieve gedachte die als een self-fulfilling prophecy kan werken. Ik verwacht dat het geluk mij gunstig gezind is, en doordat ik dat geloof gaat het ook echt beter. Dus stel ik mijzelf niet te veel vragen over of de goede dingen op mijn pad nu echt van God komen of niet.

9/08/2005

 

More protection against bitterness

When I had posted the "protection against bitterness" at Orkut, a friend from Pakistan posted the text "Happy is he who does good to others; miserable is he who expects good from others", by Hazrat Inayat Khan in reply. I first thought she had written the text herself, because it is so directly related to what I wrote... But it comes from Wahiduddin's web. So I will post it here, followed by my reaction and another text she quoted.

Happy is he who does good to others; miserable is he who expects good from others. Bowl of Saki, by Hazrat Inayat Khan

The spiritual person may be a teacher, a preacher, or a philanthropist. But in whatever form he may appear, the chief thing in his life is the service of mankind: doing good to another, bringing happiness to someone in some form. The joy that rises from this is high spiritual ecstasy, for every act of goodness and kindness has a particular joy which brings the air of Heaven. When a person is all the time occupied doing good to others, there is a constant joy arising; and that joy creates a heavenly atmosphere, creating within him that heaven which is his inner life. This world is so full of thorns, so full of troubles, pains and sorrows. In this same world he lives; but by the very fact of his trying to remove the thorns from the path of another, although they prick his own hands, he rises and this gives him that inner joy which is his spiritual realization.

Man's greatest enemy is his ego which manifests itself in selfishness. Even in his doing good, in his kind actions, selfishness is sometimes at work. When he does good with the thought that one day it may return to him and that he may share in the good, he sells his pearls for a price. A kind action, a thought of sympathy, of generosity, is too precious to trade with. One should give and, while giving, close the eyes. Man should remember to do every little action, every little kindness, every act of generosity with his whole heart, without the desire of getting anything in return making a trade out of it. The satisfaction must be in doing it and in nothing else.

Every step in evolution makes life more valuable. The more evolved you are, the more priceless is every moment; it becomes an opportunity for you to do good to others, to serve others, to give love to others, to be gentle to others, to give your sympathy to souls who are longing and hungering for it. Life is miserable when a person is absorbed in himself.

The Sufi therefore finds the only way out of the distress of life, the life which will always fail to prove true to one's ideal. He rises above it, taking all things as they come, patiently. He does not mind how he is treated. His principle is to do his best, and in that is his satisfaction. Instead of depending on another person to be kind to him, the Sufi thinks if he were kind to another person, that is sufficient. Every wise man in the long run through life will find in this principle the solution of happiness. For we cannot change the world, but we can change ourselves.

The principal teaching of Sufism is that the heart of man is the shrine of God, to recognize God in one's own heart, to feel His existence, presence, virtue, goodness, all manner of beauty. It must be remembered that the whole life around us is a life of falsehood. The more you see and experience the more you see how very false it is, how much disillusionment there is. The only way of getting over it is to light the lamp in the darkness of night, and all will be cleared. The secret of life is this, to produce beauty in ourselves. When beauty is produced in the heart, then all that breaks the heart vanishes and the whole universe becomes one single vision of the sublimity of God.

My reply:
It's beautiful, this text. In my blog I also wrote about this theme of helping others (see "Victims and others"). What you say about the characteristics of a spiritual person can be applied to Levinas as well, I think.

According to Levinas it is not a problem that people are selfish, and anyway this is our nature, we cannot decide to stop being selfish, permanently. Humans like to live and to be happy, if they wouldn't have that urge, if they wouldn't enjoy to be alive, they wouldn't survive for a long time. But we don't only care for ourselves fortunately, we do feel an urge / desire to help others also, sometimes. As Stefan said before, this urge for altruism can also easily be explained biologically. If I would not care for myself I would not struggle to survive myself. But if I only care for myself, and the people in my group also for themselves only, it is more difficult to survive as a group.

So humans are not only selfish but they also want to help others sometimes. They will want to help others in the first place when they love them, a mother will help her child, a man will help his beloved wife, etc. But it is also possible that I want to help somebody I don't know at all, because he does an appeal to me, because I feel a desire to end his suffering and because I am able to help him.

This urge to help others leads to a morally just action, if the action is based on an altruistic desire, not on selfishness combined with a rational calculation of possible future rewards. Levinas doesn't help the orphan because he thinks that this orphan can help him in return. Then it would be more logical to help powerful people instead of simple orphans.

He just sees that the child is hungry so he gives him food, he doesn't think about rewards.

And here's is a second text from the above mentioned website:
The Quran teaches about the love of man for man. The words in which the Quran has chosen to describe this relationship are mercy and kindness because the pinnacle of love is worship and so the word 'love' is appropriate for God alone. Hence, for human beings the words mercy and goodness are used instead of love because just as the perfection of love requires worship, the perfection of mercy requires kindness. (Even if the word 'love' has been used, in some places, to describe the relationship between men, the use of the word is to be interpreted in an allegorical sense. According to the Islamic teachings, real love is particular to God alone and all other loves are metaphorical and not real.)

In short, the holy word of God has used the word mercy for describing the relationships between mankind. For instance, God says that believers are those who "exhort one another to truth" (103:3) and "exhort one another to mercy" (90:17).
In another place, He says: "Surely Allah enjoins justice and the doing of good (to others) and the giving to the kindred."

Thus it is the command of God that men be just to others; of still greater virtue is that they do good to others; and an even greater virtue is that they show kindness to men like they would to someone near and dear to them. Can there be a better moral teaching in the whole world? The command to do good has not been confined to merely conferring favours on others, but has been taken to the next higher stage where the doing of good becomes an instinctive urge, described in the verse by the term 'giving to the kindred'. Although a person who does a good deed as a favour performs a virtuous act, there is some motivation of recompense and reward. Such a person may get annoyed if the favour is denied or not acknowledged, and sometimes, in the heat of emotions, he may remind others of favours conferred.
However, doing goodness out of an instinctive urge, which the Quran has compared to goodness done to the kindred, is the highest stage of performing virtuous acts, and there is no stage of virtue after it. Examples of this stage are the acts of goodness performed by a mother in caring for her child for which she seeks no recompense and gratitude.


1/17/2006

 

Side by side

I have a friend in the UK that I know from Orkut who is going through a very difficult time. He asked me to go to church and pray for him. As I said before in this blog, it happened only recently that one could say that I returned to religion (beacuse of reading Levinas), after it had been gone for a long time. So it's a very long time ago since I last prayed to God, if I ever did so.

I found out that in a church near my house the minister of the church had weekly consultation hours, so I decided to go there, despite the fact that these kind of things are very unfamiliar for me, and I didn't know what to expect from such a consultation hour. But it was very good to talk to him. He said that I should find my own language to talk to God and he said that God is with us. What he said matched very well with the Jewish religious axiomes where Levinas' philosophy is founded on. Everything he said I recognized immediately, both from my youth (the songs of Huub Oosterhuis) and from what I read in books of Levinas. So below I tried to write down what the minister said, with some of my own thoughts added to it (I added the concpet of Infinity and that the darkness hasn't conquered the light yet).

And one more comment: I still don't know if God really exists and what he would be like exactly. We can never know that for sure, in a rational scientific way. I don't need no factual proofs either. What the minister said I found very beautiful and it could be true. In a poetic spiritual way my intuition tells me that it has to be true. Half of my life I assumed God didn't exist, so why wouldn't I assume he exists now, for a change.

God is my mate, my companion, he is the fellow traveler of man. God is with us, God supports us, we can trust him. We can be sure that he is there, always, he awaits us. God sends his Love to humans, to all humans, his infinite Love. We can feel his presence, he is close to us, he listens to our prayers, he cares for our suffering. God travels with us and supports us, he gives us strength and confidence so that we are no longer weak, afraid or uncertain. God leads us out of the darkness into the light, he leads us from exile to the promised land, as Moses did with God at his side. When Moses called God, God came to him and said that he didn’t need to fear, because God is with him. So God guided and supported Moses as a travel companion. In the same way God is still with us as our travel companion and anchor for support. God is especially close to people who suffer, to vulnerable people like the poor, the stranger, the widow and the orphan. People who are hungry, ill, homeless, refugees, asylum seekers, people who are oppressed, who have no rights, these are the people that God’s heart especially goes out to. All humans are equal, but vulnerable people should be the first to care for, both by God and by humans (by politicians, policymakers, by the church, and by normal citizens as well). Any society should in the first place take care of drop-outs, of people who threaten to fall out of the society. The people who have no safe ground to hold on to, people without a home, strangers, widows who lost their partner, people who have to fight all the time to survive and to find a place where they can be at home and at peace, those are the people that we should care for in the first place. The way the Dutch government locks up foreigners in the Schiphol detention center (where the fire broke out) is exactly the opposite. Instead of treating people with respect and carefulness, instead of searching together for a suitable solution (with which both the foreigner and the state can live), they are treated as criminals, though most of them never committed any crime. This kind of inhumane policies leads to a dead end (even literally).

It’s not only me and God, it’s us together, we should stand together as humans. An individual is nothing all by himself. From the moment we are born we need others around us who love us and support us. In he first place our parents, and then the rest of our family, friends and other people in our surroundings. Nobody can live completely alone. A human being is a social being. Martin Buber (Jewish philosopher) wrote a book called “Ich und Du”, but Rosenstock-Huessy (also a Jewish philosopher) argued that it shouldn’t start with “I”, he plead to turn it around into “You and I” (or “Thou and I”). The egoism of completely being locked up in ourselves doesn’t bring us any further. The only person who can liberate me is the other (as Levinas said, the third Jewish philosopher in this list). Through the face of the other God is revealed to us. God is a secret for humans and he will remain so for ever. But we can feel his presence, we can feel his Infinite Love and Goodness. God is Love, God is like a passionate lover who loves all humans. He can’t forget them, he thinks about them and cares for them all the time.

There is no need to fear God. When you try your best to be good, God will forgive all your mistakes an sins. God is not a violent merciless master who aggressively punishes humans all the time. God is Love, as a warm bath, as a big positive Light that conquers all darkness of evil, injustice and suffering. God’s light is stronger than death, his power is eternal, it cannot be conquered by death.

Through the other, through my fellow man, I can meet God. Do you know when the night turns into day? According to Judaism it happens when the face of my fellow man, the face of the Other, appears in front of me. We should try to stir up the fire / light of goodness in ourselves and others and we should try to come closer to God, to the Infinite Light of Goodness. We should spread his Light. Then we will be strong, we can face all problems, no matter how big they are. And the darkness hasn’t conquered the light yet.

I will end this post once more with a song, you can imagine me walking with my travel companion God by my side ;-)

So we ain't got a barrel of money

Maybe we're ragged and funny
But we travel along
Singing our song
Side by side.

Through all kinds of weather
What if the sky should fall
Just as long as we're together
It doesn't matter at all

Don't know what's comin' tomorrow
maybe it's trouble and sorrow
but we'll travel the road
sharin' our load
side by side.

10/20/2007

 

The Secret

Vanavond heb ik dan eindelijk echt naar de film zelf gekeken, naar The Secret (zie "Verlangen is het volgen van de Kudu" ). En wat vind ik ervan? Voor mij heeft de film twee kanten.

Aan de ene kant sta ik er helemaal achter, ik geloof zeker dat positief denken mijn werkelijkheid veel positiever maakt. Om negatief te denken, over wat er allemaal verkeerd is, gevoelens van frustratie, woede en wanhoop, een slachtofferrol, dat helpt me geen stap verder, het werkt veel beter om de Kudu te volgen, om mijn verlangen te volgen. Zoals Winnie de Poeh bij wie alles goed gaat, omdat hij vol vertrouwen het positieve denkt, en dat gebeurt dan ook, als "woe wei", het gebeurt (bijna) vanzelf.

Het boekje "Beren op de weg, spinsels in je hoofd" legt heel goed uit hoe je in je gedachten een gebeurtenis op een bepaalde manier interpreteert, en dat die gedachten je gevoel bepalen, en het gevoel bepaalt je gedrag (zie mijn beschrijving van de A-B-C methode). En dat gedrag bepaalt dan dus weer hoe je omgeving reageert / wat je "aantrekt" volgens The Secret.
Negatieve irrationele gedachten leiden tot een negatieve spiraal, positieve realistische gedachten leiden tot een positieve spiraal. En je kunt je gedachten sturen. Je kunt onderzoeken of je gedachten realistisch zijn of niet. En je kunt kiezen of je iets pessimistisch, somber, zwartgallig, cynish, verbitterd, schuldig, als slachtoffer, machteloos, verlammend gaat interpreteren, of optimistisch, hoopvol, vrolijk, opgeruimd, initiatiefrijk, ondernemend zult interpreteren. Kijk je naar de kansen die er zijn of kijk je naar wat er mis zou kunnen gaan en verwacht je dan ook meteen dat het ergst denkbare zal gebeuren?

Ik pas het veel toe in het dagelijks leven, om te proberen positief te denken. En vooral met Multi-Pass merk ik sterk hoe het zijn vruchten afwerpt. Volgens The Secret is dat een magisch eeuwenoud wonder van het universum, alsof er tovenarij in het spel is. Maar volgens mij is er niets bovennatuurlijks aan, het is vooral menselijk. Negatief denken is destructief, dat maakt kapot en dat maakt dat er geen beweging, geen vooruitgang mogelijk is, je probeert alleen het negatieve te vermijden maar er is niet een punt in het vooruitzicht waar je naartoe wilt. Als ik iets graag wil dan kom ik haast vanzelf in beweging, vanuit het verlangen om er te komen.
En met het negatieve stoot ik mensen af. Mensen houden er meestal niet van om te worden opgescheept met mislukkelingen, zieligerds, gefrustreerden, lastpakken. Ze hebben veel liever het gezelschap van vrolijke succesvolle mensen, dan voelen ze zichzelf ook beter. Dus als je steeds negativiteit uitzendt dan is dat ook wat je ontvangt en dan blijf je uiteindelijk alleen en mislukt over, precies als in de nachtmerrie die je steeds al had voorspeld. Maar het tegenovergestelde - je droom wordt waar - is dus ook mogelijk, door het positieve uit te stralen, en daarmee neem je een voorschot op de toekomst, als een self-fulfilling prophecy.

Ik las een verhaal in de Yes over een jongen die de hele tijd gepest werd, op school en overal, die negerzoenen in zijn haar gesmeerd kreeg, die helemaal geen vrienden had en die iedere avond alleen op zijn kamer zat te huilen. Maar op zijn achttiende heeft hij het roer radicaal omgegooid. Hij is gestopt met als slachtoffer zielig in een hoekje te zitten. Hij heeft actie ondernomen om zich te verzetten tegen het pesten: hij heeft een speciale weblog gemaakt tegen pesten. Daarmee heeft hij zijn trots en waardigheid helemaal terugveroverd: hij staat nu in alle kranten en tijdschriften, hij komt op televisie. Hij staat midden in de schijnwerpers, hij is sterk, hij staat voor zijn zaak. Hij wordt nu serieus genomen, niemand durft hem nog te pesten, er wordt naar hem opgekeken. Wat een omslag is dat, en hij heeft het helemaal zelf gedaan. Door anders te denken, anders te voelen en anders te handelen, en zo een veel mooiere werkelijkheid te creëren.

Maar de andere kant van het verhaal is dat het me in The Secret allemaal veel te makkelijk wordt gepresenteerd, als een glorieuze American Dream, als een magische wereld waar je met een toverstafje zwaait en de welvaart en het geluk liggen meteen voor het oprapen. Je denkt aan een blije baby, je voelt je goed en meteen zit alles je mee. Het lijden, het verdriet, de grote problemen die mensen ongevraagd op hun bord krijgen, die worden wel heel makkelijk van tafel geveegd en ook de handicaps / beschadigingen die je in je leven hebt opgelopen en waar je steeds weer tegenaan loopt. Als het allemaal als vanzelfsprekende instant glitter & glamour gepresenteerd wordt dan geeft het weer een extra frustratie als het iemand niet lukt, voor de kwetsbare mensen met veel pech in hun leven. Het kan hard vechten zijn om een omslag naar het positieve te maken. Ik vind dat de hardheid van het leven en de pijn en verdriet die erbij horen niet moeten worden ontkend. Als ik me de hele tijd goed moet gaan voelen vind ik dat veel te vermoeiend en onecht. Het geeft mij troost om te onderkennen dat het leven soms heel moeilijk kan zijn en dat het niet allemaal in één klap perfect hoeft te zijn, sterker nog; dat het altijd een beetje behelpen blijft. Maar ik kom er wel, het maakt niet uit hoe :)

***

"De zaak is", zei Konijn, "dat we op de een of andere manier verdwaald zijn." Ze zaten een beetje uit te rusten in een zandkuiltje op de heuvel in het Woud. Dat zandkuiltje begon Poeh allang te vervelen en hij verdacht het kuiltje er eigenlijk van dat het hem achtervolgde, want welke kant ze ook uitliepen, ze kwamen altijd weer bij het zandkuiltje uit... "Nou", zei Konijn na een lange stilte, waarin niemand hem bedankte voor de prettige wandeling die hij ze bezorgde, "we moesten maar eens verder gaan, vind ik. Welke kant zullen we proberen?" "Wat denk je ervan", zei Poeh bedachtzaam, "als we eens, zogauw we uit het zicht zijn van deze kuil, probeerden hem terug te vinden?" "Wat heb je daaraan?" vroeg Konijn. "Wel", zei Poeh, "we zoeken nu almaar naar ons huis en we vinden het maar niet, en nou dacht ik, als we nou eens naar deze ene Kuil zochten, dan vonden we die vast ook niet en dat zou al een Mooi Ding zijn, want dan konden we misschien wel eens iets vinden waar we niet naar zochten en dat was dan misschien juist iets waar we wel naar zochten."

***

'Knorretje en Poehbeer liepen langs een boom. Knorretje zei tegen Poeh; 'Poeh, wat nou als die boom omvalt precies als wij eronder lopen?' En Poeh zei tegen Knorretje; 'En wat als hij dat eens niet deed?' En toen voelde Knorretje zich meteen een stuk beter.'

9/15/2005

 

Language - we hide whole lives between our forked tongues

As I said before, language plays an important role in Levinas' philosophy. Today I read a very illustrative example of how different languages refer to different "worlds", different parts of reality.

In the Africa special of the National Geographic I read an article about the city life in Nairobi, Kenia, about the life of Mash:



Mash was in his late 20s. His father had been a wealthy man. He was, to Mash, a man "living in English", who believed in education and "fair play". A man who invested a lot of time telling his children to look forward, to the West, to progress. Then he died, and at his funeral another wife and three children appeared, as if from nowhere. Mash's father had managed to hide a family for 20 years.


How could he manage to do that? Nairobi people have learned to have dual personalities. We move from one language to another, from one identity to another, navigating different worlds, some of which never meet.

Mash would go to work in the morning for a tour company, where he spoke good private school English. In the evening we would cross to Biasharra Street in Mlango Kubwa to drink and talk. We would speak in English about philosophy or literature or the formal job market. We would speak in Kiswahili about life in general, about the little things that made up our day. We sought a kind of brotherhood from our conversations in Kiswahili - speaking always in a mock-ironic tone, laughing a lot, being generous about each other's opionions, offering each other drinks and favors in ways we could not in English.

We hide whole lives in the gaps between these forked tongues. This is how Mash's father managed to hide his second family, his village family, for so long. He was somebody else, somewhere else, in another language. His story is not unusual."

Why is it impossible to have the cosey evening chats in English? It is not because their knowledge of English would not be suffiently, they speak perfect private school English at work, they could easily continue in an informal way at night. No, it's because that language doesn't match with the setting, with that part of reality.The effects are really far-going, the mocking-irony way of talking isn't possible in English, in English they don't accept opposing opinions so easily, and in English they wouldn't be so fast to offer each other a drink.

And the father of Mash could live a secret life next to his public life by speaking in different languages. If he lives in two separate worlds, in every world a different language, he can pretend to be two persons. When it really feels like that, he will never confuse these worlds by accident and e.g. talk about his second wife to his first wife.

My personal experience with language is the same, i.e that certain languages are for me related to specific settings.
For instance I have a friend from Senegal who has been living in the Netherlands for more than 10 years. He speaks Dutch well enough, we could speak Dutch with each other. But we prefer to continue talking in English (or sometimes French), in the same way as we started that at the beginning of the friendship 6 years ago.
We don't like the Dutch language setting, it doesn't fit. We like a Senegalese setting (created when speaking in French with some small words in Wolof), or the setting of world citizens, with English as the international communication language.


1/10/2010

 

Ik en wij

Het is maar verwarrend, de verhouding tussen collectiviteit en individualisme. Lisette Thooft, een mythosoof (whatever that may be), heeft een vreemde redenering in haar artikel "Geen wij zonder ik" in Volzin. Ze zegt dat het "oude wij" als een cohort soldaten in de maat doorstampte, met alle neuzen dezelfde kant op. Het "nieuwe wij" is volgens Thooft "als een strijkkwartet waarin elke musicus zijn eigen partij speelt. Iedereen moet zijn rol terdege beheersen en zich niet door de andere klanken laten afleiden om tot een harmonieus geheel te komen." Ok, ik laat me niet afleiden, maar ik moet wel rekening houden met anderen. Niet in mijn eentje opeens gaan versnellen, dan wordt het een puinhoop, als de anderen niet mee versnellen. Je zult toch echt moeten samenwerken om een harmonieus geheel te krijgen. Met autonomie, onafhankelijkheid en zelfontplooing alleen kom je er niet.

Thooft zegt dat The Secret (waar ik eerder over heb geschreven) "mensen met hun neus drukt op hun persoonlijke verantwoordelijkheid voor hun eigen gedachten, wensen en emoties". Maar dat is niet genoeg. Wat ontbreekt is de filosofie van Levinas, is de verantwoordelijkheid voor de ander. Dat is de verantwoordelijkheid waar het werkelijk om draait, die de basis vormt van ethiek. Als ik verantwoordelijk ben voor mijzelf - voor mijn geluk - is dat aardig, en het is leuk als ik dankzij The Secret de hele tijd denk aan hoe graag ik rijk zou willen zijn, maar dat is puur egoisme. De zorg voor de ander, mijn verantwoordelijkheid op mij nemen, een brug bouwen naar de ander en samen iets moois creeren, daar heeft het niets mee te maken.

Er is (nog) geen "nieuw wij" in Nederland denk ik. Voor het "oude wij" - wat in Senegal niet verouderd is - is volgens mij nog geen alternatief in Nederland. Thooft zegt "dat vijftienjarige pubers zich maar lekker met zichzelf bezig moeten houden, laat ze hun menselijke behoefte aan erkennig maar bevredigen, dan groeien ze vanzelf door." Maar dat groeien gebeurt helemaal niet vanzelf. Als je wilt dat jongeren zich ontwikkelen tot verantwoordelijke solidaire mensen die rekening houden met anderen en zwakkeren helpen, dan moet je hen van het begin af aan daarin opvoeden. Mensen die hun leven lang gewend zijn vooral aan zichzelf te denken gaan niet opeens aan anderen denken. Thooft denkt dat met de toenemende individualisering vooroordelen en racisme afnemen. Maar volgens mij kunnen racisten heel goed autonoom / onafhankelijk zijn. Zelfingenomenheid en egocentrisme, met gebrek aan inlevingsvermogen, vergroot volgens mij de kans op racisme. Volgens Thooft "kan alleen een sterk en autonoom ik uit eigen vrije keuze harmonieus samenleven en samenwerken met andere ikken". Maar waar is dan de gemeenschap, het samen, waar is het wij van al die losse autonome ikken?

Thooft zegt: "Het lijkt mij niet heilzaam terug te keren naar welke traditie dan ook. Alle tradities zijn per definitie collectief. Zolang wij collectief tot Onze Vader bidden, hebben "wij" een andere God dan "zij"." Maar waarom zou het niet dezelfde God kunnen zijn, de God van ons en van anderen? Zolang wij tot God bidden is er tenminste nog een wij, een gemeenschap verbonden door een geloof in God. Wat moeten vage individualistische ietsisten die niets hebben wat hen bindt, tot welke God kunnen zij samen bidden? Hoe kunnen zij bij elkaar komen, hun geloof delen en samen bouwen aan een mooie gezamenlijke toekomst? Er zijn geen kerken / moskeeen / gebedshuizen voor de soloreligiositeit van een "spiritueel humanist", een "antroposofisch katholiek" en een "boedhist met een snufje new age". Religie is iets wat verbindt, hoe kan dat nu solistisch zijn?

Ik ben zelf ook een individualist, een sociale individualist met een eigen kamer in een woongroep. Ik hou ervan om vrij te zijn en mijn eigen gang te kunnen gaan. Ik wil me niet conformeren, ik wil niet gehoorzamen alleen omdat iemand hierarchisch hoger staat dan ik, ik wil altijd weten wat de reden is achter een regel. Ik ben opgegroeid in een onderhandelingshuishouden dus ik ben niet gewend om bijvoorbeeld blindelings mijn ouders te gehoorzamen. Ik vind de gemeenschapszin en solidariteit in Senegal heel mooi, hartverwarmend. Maar ik besef dat mijn positie als vreemdeling anders is dan van een Senegalees. Ik heb daar geen strenge ouders die mij van alles verbieden, geen broers en zussen die mij in de gaten houden en het doorgeven als ik iets doe wat niet mag. In Senegal is er veel meer dan in Nederland begrip voor dat vreemdelingen zich anders gedragen dan locals. Ze verwachten niet van mij dat ik bewijs loyaal te zijn aan Senegal of dat ik inburger / assimileer. Ik zie er anders uit, ik ben niet opgegroeid in Senegal, dus het is logisch dat ik soms ander eten lekker vind en dat ik mij anders gedraag. Senegalezen vragen van mij dat ik rekening met hen houdt (bijvoorbeeld dat ik mensen niet beledig), zoals in principe iedereen daar rekening met elkaar probeert te houden, maar verder mag ik gewoon mijzelf zijn. Het zou mooi zijn als Nederlanders ook zo'n houding hadden naar vreemdelingen hier. Dat bevordert het thuisvoelen.

We kunnen de tijd niet terugdraaien in Nederland. We kunnen de sterke sociale controle en de sociale hierarchie niet opnieuw invoeren, dat is ook niet wenselijk. In onze gecompliceerde maatschappij is het belangrijk om te weten wie je bent en als individu een eigen plaats te vinden in de samenleving. We lijden (bijna) geen honger dus we kunnen ons de luxe permitteren van de hoogste schaal van Mazlov: te werken aan zelfontplooing. Maar als we denken dat het alleen daar om gaat dan slaan we de plank mis. Collectiviteit kan totalitair en onderdrukkend zijn, als het groepsbelang het enige is wat telt dan kunnen individuele universele mensenrechten geschonden worden. Maar met mensen die alleen aan zichzelf denken komen we er niet. Dan krijg je een soort natuurstaat van Hobbes met permanente oorlog. Als de sterkeren de zwakkeren helpen komen we als groep een stuk verder. En dat is een natuurlijke neiging die wij mensen in ons hebben. Zoals Levinas beschrijft hoe het kan gebeuren dat ik het naakte kwetsbare gezicht van de ander zie en dat ik mijzelf vergeet en bereid ben alles te doen voor de ander.

9/30/2007

 

Verlangen is het volgen van de Kudu

Bert den Boer en Wim Huijser hebben een boek geschreven genaamd “Leef je verlangen”, met 16 interviews met bekende en minder bekende Nederlanders. Er staat een interview in met Stef Bos dat mij sterk heeft geraakt. Wat zijn zijn gedachten mooi (zoals ook blijkt uit zijn liedteksten). Verlangen is een erg boeiend en belangrijk concept volgens mij, en sterk verbonden met vrijheid en geluk. Ik zal Stef Bos citeren en tussen de citaten door op hem reageren.

“Verlangen is iets wat aantrekt. Het zit niet ín je, maar ligt in je verbeelding buiten jezelf. Ik denk dat de schoonheid van de mens gelegen is in zijn onvolledigheid. En de essentie van het verlangen is het zoeken naar die volledigheid. Het is heel belangrijk om het verlangen in stand te houden, en om het niet te concretiseren in een doel, of een reële droom.”

Waarom mag het geen concreet doel of een reële droom zijn? Die vraag heb ik lang over nagedacht. Alain noemde een paar voorbeelden uit de film “The Secret” over mensen die een enorm geldbedrag boven hun bed hangen om van te dromen, of hoe hij zelf graag een vijfdeurs Golf zou willen. Maar dat soort dingen droom ik eigenlijk nooit van. Materiële dingen voor mezelf daar geef ik weinig om.

Ik begrijp wel waarom de droom beter niet te concreet kan zijn. Als je een gedetailleerd plaatje voor je ziet van welke persoon je wilt trouwen, welke dingen je wilt hebben, hoe je leven precies moet zijn, dan maakt een kleine afwijking daarvan, iets wat onhaalbaar blijkt te zijn, dat de hele droom in duigen valt. Als de auto vijf deuren moet hebben dan is een auto met drie deuren een teleurstelling. Terwijl als de droom is dat je onafhankelijk bent en op ieder moment lekker weg kunt met je auto (of een ander vervoermiddel), dan valt de droom niet in duigen als de auto minder dan vijf deuren heeft.

Als je droom wat abstracter is, een waarde is, dan kun je hem op allerlei manieren invullen. Dus je kunt altijd blijven dromen en die droom blijven volgen. Toch is het volgens mij niet altijd mogelijk om zo abstract te verlangen. Als je verliefd bent op iemand dan verlang je toch vooral naar die persoon, niet zo naar de liefde in het algemeen. Dus het is dan onvermijdelijk dat de kans op teleurstelling groter is.

“De mens heeft de droom nodig om de dynamiek in zijn leven te houden. Ik zie in mijn eigen leven – maar ook als ik om mij heen kijk – dat op de momenten dat ik niet naar iets verlangde, alles erg grijs en mistig werd. Wezenlijk leven zonder verlangen is eigenlijk dood zijn. De schoonheid van de onvolledigheid, dat is het voor mij. Ik voel soms dat ik heel dicht bij die volledigheid ben. Dan heb ik het gevoel een Icarus te zijn, dicht bij de zon. Op het moment dat ik muziek maak, of op de fiets zit of ergens een prachtig uitzicht zie, dan krijgt dat verlangen opeens een gezicht. Dan klopt het. Het moment dat je beseft dat alles samenkomt en dat het licht erop valt. Het gaat om het wezenlijk híer en nú voelen.
Het is ook een Godsbesef. Ik heb niets met de instituten die spiritualiteit bureaucratiseren om in hun voordeel te gebruiken of er een machtspositie aan te ontlenen. Maar ik vind godsdienst even interessant als literatuur, poëzie, theater en muziek. Dat is voor mij één. Het komt allemaal voort uit de menselijke verbeelding. Het Godsbesef is voortdurend aanwezig bij de zwarte culturen in Afrika. Het is ongelooflijk mooi hoe de mensen er daar mee omgaan. Daar heb ik mijn cynisme wel afgeleerd. Zij zijn direct verbonden met muziek en verbeelding, maar zonder waarheidsbevinding. Die mensen kennen geen dogmatisme. Ze kennen een veel emotionelere beleving van religie, muziek en literatuur. Het goddelijke ligt ook altijd dichtbij ontroering. Wezenlijke ontroering bespringt je van achteren, zonder dat je het in de gaten hebt. Echte ontroering zie je nooit aankomen. Het goddelijke overkomt je.”

Stef Bos heeft een erg mooie poëtische manier van denken. Laten we de rationalisering loslaten. We moeten niet denken dat we alles zo kunnen controleren, naar onze hand zetten, wetenschappelijk onderzoeken en bewijzen. Levinas schrijft daar ook veel over, over het geraakt worden, als een passief handelen, als iets dat mij overkomt wanneer ik het gezicht zie van de ander. Dat is waarom de goedheid die wakker wordt met het geraakt worden onvermijdelijk is, omdat het ons overkomt.

“Wat is eigenlijk het tegenovergestelde van verlangen? Verloren zijn is denk ik het tegenovergestelde. Iemand die depressief is, is ook verloren voor zichzelf. Als iets met verlangen samenhangt, is het de verbeelding: dingen zien die er niet zijn. Of dingen durven zien die eventueel zouden kunnen komen. Als je in een depressie zit, zie je in niets meer de betovering of de verwondering.”

De verbeelding is essentieel. Verbeelding geeft vrijheid, zoals ik al eerder schreef en het brengt me in beweging. Door een droom te zien, een richting te zien van waar je heen wilt, kun je een stippellijn uitstippelen en op weg gaan. Dan verdwijnt het depressieve lusteloze gevoel.
Kun je mensen leren dromen? Kun je mensen leren betovering en verwondering te voelen? Wat kun je doen om het verlangen terug te laten komen bij mensen die depressief zijn? Ik heb dat wel af en toe, het gevoel van lusteloosheid en onverschilligheid, van leegheid en eenzaamheid, vooral als ik moe ben. Maar het gaat niet heel diep en ik weet altijd, ook op de meest zware momenten, dat mijn verlangen en het lichte gevoel weer terug zal komen, en best snel. Meestal alweer de volgende dag. Ik heb dus geen aanleg voor depressiviteit, mijn optimisme en vrolijkheid is veel sterker aanwezig in mijn aard. Ik kan me die gevoelens in ieder geval nog herinneren op het moment dat ik het niet zelf voel.

“Heel mooi is de jagerskunst van de Khoikhoi, de bosjesmannen, de originele bevolking in Zuid-Afrika. Zij hebben een prachtige manier van jagen. Soms zitten ze drie, vier dagen achter één springbok of kudu aan. Ze jagen het niet op, maar volgen dat beest, terwijl ze toch altijd op een afstand blijven. Ze hebben de conditie van een beer. Het beest voelt op een bepaald moment de dreiging en de aanwezigheid van die jagers. Dan stopt het. De jager staat er een paar honderd meter achter. Dan ontstaat voor mij het beeld van verlangen. De kudu draait zich om en kijkt recht in de ogen van de bosjesman, die zelf niet hoger is dan éénmetervijftig. Zij kijken elkaar aan. De kudu staat doodstil. Ze worden als het ware één. Dat is de verhouding van de moeder en het kind, of twee geliefden, die zonder het te hoeven zeggen weten dat ze voor elkaar bestemd zijn. Het paradoxale is alleen dat één van de twee dood moet. Dan pakt de jager zijn pijl en boog, en schiet: Tak!. Dat beest staat daar nog, kijkt en denkt waarschijnlijk: oké, het is goed zo. Op dat moment zijn jager en prooi één leven. Ik heb zelf wel eens het gevoel dat die kudu naast mij loopt, dat die kudu aanwezig is. En dat is veel mooier verlangen dan erop te moeten jagen. De blik van dat dier is acceptatie en volledige overgave.”

Deze tekst is ook heel Levinasiaans, ook al is de ander in dit geval een dier dat gedood moet worden i.p.v. een andere mens die ik juist niet mag/kan doden. De blik van de ander raakt mij, wij worden één en toch blijven we van elkaar gescheiden. We zijn met elkaar verbonden, de ander maakt mij verantwoordelijk. De ander roept mij op en ik kan niet anders dan te reageren. De ander is degene die kwetsbaar is, de kudu is degene van wie ik binnenkort het leven ga afnemen. Maar de kudu is ook mijn meester, want alleen hij kan mij zo aankijken, mij wakker maken en mijn leven veranderen. De jager en de kudu zijn met elkaar verbonden, ze kunnen niet zonder elkaar. Er is een warme acceptatie / aanvaarding van wat er gebeurt, het heeft zo moeten zijn. Aanvaarding, overgave en bestemming; dat zijn religieuze woorden. Ik vind het jammer dat dat zo weinig aanwezig is in de Westerse cultuur, een gevoel van aanvaarding en overgave aan datgene wat ons overkomt, overgave aan de blik van de ander. Het idee om voorbestemd te zijn klinkt hier vaak negatief, als een beperking van vrijheid. Maar ik vind het idee om voorbestemd te zijn juist heel mooi, ik zal alles warm aanvaarden wat voor mij bestemd is, ook als het moeilijk is en mij verdriet doet.

“Ik wil in wat ik doe zo dicht mogelijk bij mezelf komen. Door rustig door te gaan, maar alle ballast overboord te gooien. Ik heb de meeste goede beslissingen in mijn leven intuïtief genomen. Het verlangen is het maatje dat met mij meeloopt, zoals Coelho dat beschrijft. Dat is een manier van leven. Als je vraagt: waar gaat dat dan naartoe? In de letterlijke zin is dat de verlichting. Dat je steeds lichter wordt. Het is een weg die je aflegt. En met het ouder worden, wordt die alleen maar mooier. Het gaat om die weg. En het doet er niet toe of het nou daar is, of iets verder, of hoe ver je daar precies in geraakt. Maar je moet wel de richting vasthouden. Dat is wel het moeilijke van onze tijd. Er is zoveel rotzooi. Er is zoveel geestelijke vervuiling die voortdurend iets van jou wil. Ik probeer dat steeds van mij af te houden. Want ook al vraag je er niet om, het laat zich de hele tijd aan je zien. Het toont zich en dat leidt erg af. Waar het echt over gaat, dat mag je het verlangen noemen. Zonder enige twijfel. Het is toch weer die kudu, die je weg bepaalt. Je moet niet vastzitten aan een richting, maar de kudu volgen. Je moet het ruiken, je moet het voelen, maar je moet het niet beredeneren. Het is vasthouden aan je eigenlijke verlangen. Je hebt het verlangen nodig om je richting te bepalen. Het is iets wat in ons allemaal zit. Dat vind ik ook zo prachtig in de poëzie. Je voelt direct wanneer het raakt. En je kunt het verliezen door je af te laten leiden door je ego of je omgeving. Er zijn gelukkig mensen die naar de essentie zoeken. Het gaat mij om de mensen die vóór ons geleefd hebben. Die hebben allemaal dat pad moeten lopen, en dat is een mooi pad, als je het jezelf niet altijd te gemakkelijk maakt. Dat hoort erbij.”

Daar heb ik het lang geleden, toen ik een jaar of 17 was, met Yuri over gehad. Hij zei dat je niet altijd de makkelijkste weg moet kiezen. Ik begrijp steeds beter waarom de moeilijke weg meer voldoening geeft. Niet bang te zijn voor de hindernissen, je niet te laten afleiden en je niet te laten leiden door gemak. Als je je laat leiden door je verlangen, door de kudu, dan schrikken de moeilijkheden je niet af, je ben bereid alles te aanvaarden en je bestemming te volgen. Dat is wat ik wil en dat is wat mij gelukkig maakt.


Altijd als je denkt
Dit is het einde
Sta je op de grens
Van wat begint
Altijd als je alles
Denkt te kennen
Laat alles zich opeens
Weer anders zien

Vanuit de stilte
Wordt een nieuwe stem geboren
En je voelt een ander
Evenwicht ontstaan
En je hebt een lied al
Duizend keer gezongen
Maar nu weet je pas
Waarover het moet gaan

En je ziet de eerste keer
De bladeren vallen
In het tegenlicht
Van de najaarszon
En het bloed stroomt ergens heen
Waar het niet gaan kan
En je weet niet wat het is
En hoe het komt

En de liefde komt tevoorschijn
Uit het donker
Het verlangen sluit zichzelf
Niet langer op
En een engel uit de hemel
Laat zich vallen
En je vindt zonder te zoeken
Wat je zocht

Zoveel wat je ziet nog niet geschreven
Zoveel wat je denkt nog niet geweten
Zoveel wat je hebt nog niet gegeven
En je zou nog
Duizend jaren kunnen leven

En je mist opeens
Degenen die verdwenen
Met de laatste trein of
Met de noorderzon
Want er is opeens
Weer zoveel om te delen
Als de avond valt en
Als de winter komt

Altijd als je denkt dit is het einde
Sta je op de grens van wat begint
Het begint


This page is powered by Blogger. Isn't yours?